———————————————————————————————————
———————————————————————————————————
"Als het hier niet waait dan waait het ergens anders wel" . Het is een veel gebruikt argument van voorstanders van windenergie om vooral op zee grote hoeveelheden windparken te plaatsen, en die dan aan elkaar te koppelen, zodat er ook stroom geleverd wordt als het ergens niet waait. Het is waar: het waait niet altijd overal tegelijk, maar toch hebben we niets aan die wijsheid zoals Frederik H. Kreuger voorrekent.
Statistisch uitgangspunt
Een windpark geeft een deel van de tijd geen vermogen af, en een deel van de tijd een wisselend vermogen. De totale afgifte per jaar kan worden voorgesteld als dat van een elektriciteitsbron die x% van de tijd actief en y% van de tijd inactief is. (NB Dit is een correctie, in de eerste versie stonden actief en inactief omgekeerd)
Deze x en y zijn in het beste geval 30% en 70% voor een windpark op zee. Voor alle Nederlandse windmolens samen geldt een x van minder dan 20% (actief) en een y van meer dan 80% (inactief).
Uitwisseling tussen twee Windparken
We gaan nu de uitspraak "als het hier niet waait, waait het ergens anders wel" in de praktijk brengen. Dat doen we door uitwisseling van elektrische energie met een ver weg gelegen windpark. Denk daarbij aan een park in Spanje of een windpark aan de Noordkaap. Een dichterbij gelegen windpark heeft geen zin omdat dat onder hetzelfde windregime zal staan als het eigen park en de tijden van activiteit en inactiviteit grotendeels samen zullen vallen.
(De benodigde transportlijnen tussen de twee parken zullen we voorlopig als aanwezig aannemen, hoewel dat in de praktijk nog veel hoofdbrekens en hoge investeringen zal vragen.)
Als nu ons windpark gedurende de inactieve periode geen vermogen afgeeft, kan een beroep worden gedaan op het veraf gelegen park. Dat gebeurt gedurende y% van de tijd. In die tijd is de kans dat het andere park wel vermogen afgeeft x% zodat de totale bijdrage van het veraf gelegen park neerkomt op x.y %.
De totaal actieve periode van beide parken samen wordt daardoor vergroot tot (x + xy) %.
In het voorbeeld van een windpark op zee zou de beschikbaarheid dan 51% worden. Dat is een belangrijke verbetering ten opzichte van de bestaande actieve periode van 30%, zij het dat het nog ver weg ligt van de 99,98% die de gebruikers van elektriciteit van hun leverancier vragen.
Echter, er gebeurt meer. Bij uitwisseling van energie zal de andere partij (bijv. het in Spanje gelegen windpark) ook een beroep op ons kunnen doen. Gedurende hun y% inactieve periode zal men daar energielevering van ons verlangen; statistisch zullen wij dus x.y% van de tijd aan hen leveren. Van onze x% actieve periode gaat dus xy% af voor levering aan de andere partij.
Het totaal van onze eigen opbrengst wordt op die manier dan weer x+xy-xy = x.
Met andere woorden, er gaat evenveel af als erbij komt. Koppeling van parken heeft dus geen zin.
"Als het hier niet waait, waait het ergens anders wel" is als uitspraak wel interessant, maar levert in de praktijk niets op.
Twee windparken in eigen beheer
De enige manier om hier onderuit te komen, is om zelf een ver weg gelegen windpark te bouwen en dat te exploiteren. De twee windparken samen zijn dan x% + xy% van de tijd beschikbaar. In het voorbeeld van twee parken op zee is dat 30% + 21% = 51%, een aantrekkelijke verbetering van de beschikbaarheid (maar nog steeds ver verwijderd van de 99,98% die de gebruiker verlangt).
Het ver weg gelegen park levert dan nog maar 30% - 21% = 9% van de tijd elektriciteit en is plaatselijk nauwelijks inzetbaar.
Men kan zich afvragen welk nut zulk een koppeling heeft; nog afgezien van de investering in twee windparken en van de duizelingwekkend hoge kosten om de twee parken op afstand aan elkaar te koppelen.
Het is spijtig, maar geconcludeerd moet worden dat het koppelen van twee uiteen gelegen windparken niet zinvol is.
Naschrift:
Uiteraard kan deze eenvoudige statistische beschouwing uitgebreid worden met dieper gaande statistische berekeningen. Men zal echter altijd stuiten op het feit dat een dienst die men aan een ander vraagt (dwz. aan een ver weg gelegen park) ook teruggeleverd moet worden. Het netto resultaat blijft dan nul.
Frederik H. Kreuger
@Leo van den Haak: Hier plakte jij een kopie van een enorme tekst van ir Halkema. Die heb ik verwijderd. We hebben helemaal niets tegen de heer Halkema, hij is een belangrijke auteur in de strijd tegen windmolens, maar het neersmijten van deze lappen tekst heeft een averechts effect. Je profileert jezelf er mee als iemand die ongeacht de toon en de sfeer van de omgeving maar door blijft drammen, en daarmee jaag je mensen weg. Ik zag dat je op wetenschapsforum.nl al een ban aan je broek kreeg om vergelijkbare redenen, en ik zeg je hier dan ook de wacht aan. Het lijkt me overigens veel beter dat je een eigen website opzet, creeer je eigen publiek!
Deze reacties zijn bedoeld voor eigen denkwerk, niet voor het neerplakken van lappen tekst of lijsten met links. Liefst kort, dat is voor iedereen het meest aangenaam. Als het mensen aanspreekt dan zullen ze er heus wel op rteageren, als ze niet reageren is dat niet het bewijs dat je tekst te kort was. Langere teksten in overleg. Niks bijzonders dus eigenlijk.
Overigens: de tekst van Halkema is hier te lezen.
Theo Richel
De statistiek is wellicht niet helemaal goed, maar wel goed te volgen en verder OK zonder verfijning. In ieder geval is het goed om te blijven zoeken naar alternatieve energievoorziening. Ik denk dat windenergie nog maar aan zijn begin staat van technologische verfijning. En hoe je het ook draait of keert, wind waait voor noppes, dus die energie gebruiken blijft interessant. Uiteraard ligt de oplossing in het opslaan van potentiële energie voor perioden dat het niet waait. Dat opslaan van energie staat nog in de kinderschoenen en die wringen op dit moment.
Jan W. Henfling PhD
(op de site gezet door TR ivm technische problemen)
Nieuw commentaar posten