Ton Ahsmann
Ton Ahsmann was scheikundeleraar en is publicist.

.

———————————————————————————————————

De groei van de grenzen. De fundamentele misvatting van Dennis Meadows c.s.

Mastbos van pijnbomenHoewel de uit het Rapport van de Club van Rome voortvloeiende discussies hun grootste felheid gehad lijken te hebben, blijft de materie waar het om gaat actueel. In deze korte bijdrage wordt getracht aan te tonen dat Meadows c.s. vanuit een fundamentele misvatting tot hun onheilspellende visie zijn gekomen: de bewering dat de toekomst van een in aantal groeiende mensheid aantoonbaar eindig is. In de geschiedenis blijkt de mens van geval tot geval steeds weer in staat bestaande obstakels te omzeilen door bestaande grenzen te verleggen. Het gaat dan ook niet om de grenzen van de groei, maar om de groei van de grenzen.
De menselijke angst voor de ongewisheid van de toekomst is een ijzersterke en beproefde spookmachine, zo oud als de wereld, maar op zijn tijd altijd weer goed voor een potje collectief griezelen. Daarvan heeft zeker ook de groep geleerden geprofiteerd, die onder leiding van prof. Dennis Meadows van het Massachussets’ Institute of Technology is uitgekomen met het bekende ‘Rapport Van Rome’. Dit Rapport (voor het gemak verder RVR te noemen) heeft juist in Nederland nog al wat aandacht en geloof gekregen om enkele interessante redenen waarop hier niet verder zal worden ingegaan. Wij moeten verder. Op talloze punten is op het RVR ‘zeer ernstige, als vernietigend aandoende, kritiek’ mogelijk (de aangehaalde woorden zijn van prof. dr. J. Tinbergen). Die kritiek kan gelden de gebruikte gegevens en de veronderstelde verbanden. Maar ook de redeneertrant, de lijnen van het soort logica volgens welke de schrijvers tot hun conclusies komen zijn vaak uiterst bedenkelijk, om niet te zeggen ronduit verdacht. De verleiding is groot nu hier over uit te weiden, maar wij moeten ook hier aan weerstaan. In dit verhaal gaat het om iets belangrijkers, namelijk de fundamentele misvatting die de kern vormt van het RVR: de bewering van de schrijver dat de toekomst van een in tal en macht groeiende mensheid niet alleen onzeker is, maar zelfs aantoonbaar eindig. Zij baseren dit op een ‘tour d’horizon’ van reserves en mogelijkheden. Daarbij wijzen zij overal grenzen aan en daaruit concluderen zij dat de horizon is afgesloten. Dat dit een ontoelaatbare conclusie is kan de volgende vergelijking duidelijk maken. Een allegorie Stelt u zich eens voor dat u zich bevindt in een uitgestrekt bos zonder ondergroei, een mastbos van torenhoge dennen bijvoorbeeld. Uw uitzicht in de richting waarin u gaat is begrensd, uw wereld lijkt eindig. Zonder voorafgaande ervaring (die ik verderop historisch inzicht zal noemen) zou u gemakkelijk tot de misvatting kunnen vervallen dat de weg vooruit een doodlopende is. Uw ervaring echter (of historisch inzicht) zegt u, dat de boomstammen die uw uitzicht geheel afsluiten, geen aaneengesloten barricade vormen maar losse obstakels, waar men omheen kan. Maar een bewijs voor de algemene geldigheid van deze stelling, ook voor de toekomst, zult u nimmer kunnen krijgen. Alleen in ieder concreet, geval (iedere individuele boomstam) blijkt deze waarheid als u er dicht genoeg bij komt. Stel verder dat u zich benard voelt door de u omringende belemmerende boomstammen. U weet dat het bos waarschijnlijk oneindig groot is en u dus nergens de horizon echt zien zult, maar mogelijk is het bos wel ergens ruim en zonnig, met weids perspectief, eigenlijk geen bos meer in de gewone zin, maar meer een open parklandschap omdat de bomen zeer ver verspreid staan. Daar wilt u heen vanuit uw sombere plek tussen de dichte stammen die uw uitzicht en uw bewegingsvrijheid belemmeren en u het gevoel geven van opgesloten te zitten. De manier om uit de diepte van dit woud van problemen te raken is evident: wij gaan op de bomen af en zien daardoor duidelijk worden of er een doorgang is. Meadows echter redeneert, dat er achter ieder gepasseerd obstakel toch weer onveranderd een achtergrond van boomstammen staat, zodat het omtrekken van een obstakel geen oplossing brengt, in tegendeel ons alleen maar dichter brengt bij nieuwe obstakels. Wie het RVR gelezen heeft zal de karakteristieke redeneertrant herkennen. De analytische beschouwer van de situatie van het mensdom ziet een aantal schijnbaar nauw samenhangende problemen die vanwege de grote afstand een barrière schijnen te vormen. Als de mensheid zo door gaat in aantal toe te nemen en in economisch en technologisch opzicht te groeien schijnt de botsing met de grenzen onvermijdelijk. Wat echter zegt ons historisch inzicht? Dat dit een gezichtsbedrog is dat ook vroegere generaties angst heeft aangejaagd, en het zegt ons ook dat groei achteraf toch steeds mogelijk bleek omdat doorgangen gevonden werden om de obstakels te omtrekken. Het catastrofe-respijt Het inzicht, dat het daarbij slechts om een passeerbaar obstakel ging werd de mensheid slechts van geval tot geval geschonken en nooit heeft de toekomst vrij en grenzeloos geleken. Historische, vroegere pessimisten hadden van uit hun standpunt niet minder reden tot pessimisme dan huidige, maar méér. Een analyse a la Meadows, uitgevoerd in een zekere tijd in het verre verleden, en met de gegevens, de inzichten, de kennis en de behoeften van die tijd, had veel ongunstiger perspectieven opgeleverd voor de mensheid van die tijd, dan het huidige ‘Rapport Van Rome’ voor ons. Immers het RVR voorspelt hongersnood en uitputting over ca. een eeuw. Een RVR in de prehistorie zou hongersnood en uitputting hebben moeten voorspellen binnen enkele jaren, zeker wanneer het jaarlijkse groeipercentage van de bevolking zo hoog was geweest als het nu is. Dat het groeipercentage gemiddeld zeer laag was, was in feite het gevolg van het regelmatig voorkomen van hongersnood, behalve daar waar andere rampen de hongersnood vóór waren geweest. Let wel: het RVR voorspelt niet het einde van de aarde of zelfs van de mensheid, maar een catastrofale ineenstorting van de menselijke populatie door een zeer groot voedseltekort, veroorzaakt door vervuiling en uitputting. Welnu, in bestaande primitieve gemeenschappen is een periodieke decimering van de bevolking een normaal verschijnsel. In de Sahel dreigt deze decimering nu al weer enkele jaren als geen hulp geboden wordt. Dat Abessinië evengoed als de Sahel geteisterd werd is geruime tijd aan de internationale aandacht ontsnapt en dat was juist hierom, dat de bewoners een hongersnood op zijn tijd als een vanzelfsprekend iets ervaren. Daar enerzijds in de oudheid en prehistorie perioden van droogte, insectenplagen enzovoorts even goed moeten zijn voorgekomen als nu en anderzijds de mens in de oudheid zich veel minder er tegen te weer kon stellen dan wij met onze technologie, kunnen wij veilig aannemen dat het soort ramp dat het RVR ons in het vooruitzicht stelt, gewoon een vaste repeterende gebeurtenis was voor de vele afzonderlijke gemeenschappen van vroege historie en prehistorie. Gezien het feit dat vele honderden eeuwen de groei van de mensheid zeer beperkt werd door de kwetsbaarheid van de primitieve mens voor droogte, overstroming, strenge winters, ziekten onder vee of jachttijd, sprinkhanenplagen enz. enz., moet men eigenlijk stellen dat de Meadowse catastrofe (ernstige bevolkingsbeperking door gebrek) permanent aanwezig was. De Meadowse veiligheidstermijn, het catastrofe-respijt, dat voor ons ca 100 jaar heet te bedragen, bedroeg dus voor de oermens van het oermenselijk jaar nul -feitelijk 0 jaar. Dit betekent dat de economisch-technologische ontwikkeling het catastrofe-respijt heeft vergroot — en dat in een versnellend tempo, volgens een soort exponentiële curve. Vanaf oerstaat tot welvaartsstaat is dus eigenlijk het Meadowse ‘einde’ steeds dreigend zichtbaar geweest, maar op geleidelijk groeiende afstand, eerst langzaam, later sneller terugwijkend. Wat Meadows met zijn 100 jaar in feite heeft aangetoond is niet de grenzen aan de groei maar de groei van de grenzen. Het bos waarin in het verleden de mensheid slechts met grote moeite en zware verliezen zijn bestaansweg kon vinden is dus — en in steeds sneller tempo — lichter geworden! Slechts de pessimist kan zeggen dat de grenzen er nog steeds zijn. Ja zeker, de coulissen van obstakels in de toekomst zijn er nog, maar die moeten wij van dichtbij gaan onderzoeken, in plaats van op grote afstand te besluiten dat zij ondoordringbaar zijn, zoals het RVR doet. Het mastbos als model Hoe deze opdracht, zo vanzelfsprekend in de mastbosallegorie, moet worden vertaald in een concrete beleidslijn voor onze politiek, is het derde verleidelijke onderwerp dat wij moeten laten liggen. Het is nu allereerst nodig te onderzoeken waarom en in welke mate de allegorie toepasselijk is. Zijn werkelijkheidswaarde berust vooral op twee parallellen tussen de allegorie en de werkelijkheid. Beide parallellen betreffen een asymmetrie in de verhouding tussen boomstammen en doorgangen; en parallel: tussen grenzen en mogelijkheden. De eerste asymmetrie is dat men door een doorgang wél een stam kan zien maar niet omgekeerd, parallel: men kan doorheen een technologische mogelijkheid. wel in de toekomst schouwen (‘Met deze kolenvondst kunnen wij voorlopig voort’) tot aan een grens (‘maar de voorraad is natuurlijk niet onuitputtelijk’), maar omgekeerd gaat niet; de uitspraak: de kolenvoorraad moet eens opraken, dus zijn er andere voorraden, is niet zozeer lichtzinnig als wel onzinnig. De grens: de eindigheid van de kolenvoorraad, geeft geen zicht op een daar achter liggende mogelijkheid zoals een boom in het mastbos geen zicht geeft op een passage. Wij kunnen door een grens heen per definitie niet verder kijken. Dit meestal vergeten feit is zeer belangrijk: in de mastbosallegorie kan men zeggen dat het uitzicht onmogelijk kan worden begrensd door doorgangen, maar alleen door stammen. Daaruit volgt dat als het uitzicht wordt begrensd door stammen dit niet betekent dat er geen doorgangen zijn, zelfs niet eens dat er meer stam dan ruimte is! En daarom: wie een panorama van grenzen als dreigend voorstelt, zoals Meadows, doet in wezen iets onbenulligs. De tweede asymmetrie tussen bomen (grenzen) en doorgangen (mogelijkheden) betreft hun specificiteit. Van waar ik ben in het bos zie ik meerdere mij openstaande tracés. Elk tracé wordt afgesloten door één boomstam. Maar omgekeerd heeft één boomstam niet noodzakelijk één passeerweg: ik kan links voorbij, ik kan rechts voorbij, en ik kan ook al eerder, langs het tracé maar voordat ik de boom bereikt hebt, een ander tracé kiezen. Hoewel de vergelijking tussen mastbos en wereldsituatie hier niet al te letterlijk mag worden genomen, geldt toch in het algemeen wel, dat voor een technologisch probleem meerdere oplossingen mogelijk zijn, waaruit men dan de voordeligste kiest (in feite bestaat de technologische vooruitgang zelfs voor het overgrote deel hieruit, dat men een nog voordeliger oplossing op het spoor komt). Logische zaak is dat technologische en economische uitwijkmogelijkheden rijkelijker voorhanden zijn in geavanceerde culturen dan in primitieve. Waarde van het uitstel Wie dit niet a priori geloven wil heeft een aardig tegenargument tot zijn beschikking: hij kan tegenwerpen, dat in de ontwikkelde gemeenschap de economisch-technologische mogelijkheden weliswaar groter zijn, maar de problemen die aan de grenzen optreden ook veel complexer. Ook deze discussie laten wij liggen, want het is al voldoende er op te wijzen dat het wezen van het voortbestaan is: het uitstel van het einde. Zelfs voor een individueel leven betekent eten: uitstel tot aan de volgende maaltijd. In één keer voldoende eten voor een mensenleeftijd is niet de hoogste wijsheid. Zelfs voldoende voedsel opslaan voor een heel mensenleven is onverstandig. Het zelfde geldt voor het voortbestaan van de mensheid: maatregelen te nemen voor het voortbestaan van de mensheid in een al te verre on-kenbare toekomst is dwaas; van uit ons zicht en onze mogelijkheden kunnen wij dat niet zinvol doen; wij zouden mogelijk meer schade aanrichten dan heil. In onze toekomstvoorbereiding zijn wij daarom verplicht niet te streven naar afstel maar naar uitstel en het is dus onjuist als voorstanders van het RVR het begrip uitstel in denigrerende zin bezigen. Het is het uitstel van het einde dat de mensheid tot nu toe steeds weer kansen gegeven heeft om nieuwe mogelijkheden te vinden. In het mastbos is het ‘t bestaan van beperkte vrije tracés, dat het mogelijk maakt vooruit te komen en al gaande nieuwe tracés te zien opengaan. De kans op nieuwe openingen is evenredig met het kwadraat van de gemiddelde tracé-lengte. Is het mastbosmodel ook in dit opzicht passend, dan kan de kans op steeds nieuwe toekomstmogelijkheden voor de mensheid dus worden geacht kwadratisch toe te nemen met het catastrofe-respijt. En dit is zelf, naar boven reeds betoogd is, tegelijk met de technologisch-economische ontwikkelingsgraad exponentieel gegroeid. Beide overwegingen heeft het RVR gemist; als het niettemin pretendeert een kijk te geven op de toekomstige kansen voor de mensheid, welke waarde kan men daar dan nog aan toekennen?
Mooi commentaar, maar het blijft voor mij een mooi verhaal zonder duidelijk onderbouwde argumenten. Over de technische mogelijkheden van de mens, lees, The Limits of Technological Solutions to Sustainable Developement van M. H. Huesemann, hierin wordt keurig uitgelegd waar de beperkingen en dus de grenzen liggen, dit zijn er meerdere afhankelijke van wat voor keuzen wij maken.

De opmerking dat dit een verhaaal is zonder onderbouwde argumenten kan ik niet plaatsen. Ik vind de mastbos vergelijking nou juist precies weergeven wat de fundamentele zwakte van al die doemverhalen is.

Bij al die onheilsscenario’s wordt er vanuit gegaan dat de huidige trend ongewijzigd door zal gaan tot het moment dat we met ons huidige inzicht geen oplossing zien voor de dan ontstane tekorten of problemen.

Zoals in het GRK filmpje terecht wordt opgemerkt: op die manier wordt iedere toekomstvoorspelling een onheilsvoorspelling.

De crux zit hem in ‘ongewijzigd doorgaan van de huidige trend’ in combinatie met ‘ons huidige inzicht’. Huidige trends kun je nu juist niet gewoon maar doortrekken, ons huidige inzicht blijft niet hetzelfde maar groeit juist en de twee beïnvloeden elkaar.

Het feit dat de tijd die we vooruit moeten kijken om de ‘problemen’ te zien opdoemen steeds verder van ons weg ligt zou toch enige hoop voor de toekomst moeten geven.

Er zijn op het ogenblik verscheidene ruwe machtsfactoren wereldwijd werkzaam in de richting van prijsopdrijving, daar is geen schaarste voor nodig, dus daar geloof ik niet in. Waar ik zeker wel in geloof is in het compliment van de heer Keulaars voor mijn schrijfstijl, waarvoor mijn dank.



(Geplaatst door TR iov Ton Ahsmann)
Mooie filosofie maar niet meer dan dat. Het enig punt waarop De Club van Rome fout zat is de mogelijkheid die de mensheid heeft(had) om via toenemend energieverbruik oplossingen te zoeken voor zijn problemen. Een klein voorbeeld: in de meeste woningen worden koperen (schaars) waterleidingen niet meer gelegd zij zijn vervangen door kunststof (aardolie) leidingen. Maar nu komt de knoop in het verhaal na het schaars worden van o.a. koper wordt aardolie schaars. Gevolg? Alles wordt schaars, zie naar de voedselprijzen de dag van vandaag. Neen, in essentie, heeft de Club van Rome het goed gezien, ze hebben enkel de toen nog spotgoedkope energie over het hoofd gezien.

Nieuw commentaar posten

De inhoud van dit veld is privé en zal niet publiekelijk getoond worden.

Zwartgallige milieucartoons uit 1977

Bij een verhaal uit de jaren 70 horen afbeeldingen uit die tijd: bijgaand 20 cartoons van een internationale expositie die de VN in 1977 in Athene organiseerde: het is zwartgalligheid troef, ook in de jaren 70 gingen we al ten onder. Klik op de ‘thumbnails’ voor de hele plaat. 1: Stojan Hristov1: Stojan Hristov2: Margarita Sheytanova2: Margarita Sheytanova3: Ludmil Dimitrov3: Ludmil Dimitrov4: Marin Marinoff4: Marin Marinoff5: Orge Mtanios Iskandar Arbach5: Orge Mtanios Iskandar Arbach6: Daniel Azulay6: Daniel Azulay7: Flavio Migliaccio7: Flavio Migliaccio8: Jeff Hook, Australia8: Jeff Hook, Australia9: Nikos Sideris, Austria9: Nikos Sideris, Austria10: Jos Verhulst, belgië10: Jos Verhulst, belgië11: Ludmil Dimitrov11: Ludmil Dimitrov12: Luiz Antonio de Silva Pirez Lapi12: Luiz Antonio de Silva Pirez Lapi13: Jos Geboes13: Jos Geboes14: Nicolas Pecareff14: Nicolas Pecareff15: Ratcho Ratchev15: Ratcho Ratchev16: Valeri Pavlov16: Valeri Pavlov17: Gentscho Simenov17: Gentscho Simenov18: Orge Mtanios Iskandar Arbach18: Orge Mtanios Iskandar Arbach19: Valentin Balev19: Valentin Balev20: Jan van der Punt20: Jan van der Punt

(We’ve assumed that these cartoons are free of copyright. Authors who disagree with this are asked to contact us at theo {at} richel.org )