Hij staat bekend als een wereldwijd expert op het gebied van ontbossing. Hij maakt zich daarover grote zorgen. Woorden als ‘duurzaam’, ‘biodiversiteit’ en ‘klimaatverandering’ behoren tot zijn dagelijkse vocabulaire. Hij studeerde de afgelopen drie jaar op de wereldwijde cijfers over ontbossing en concludeert: Onze analyse bewijst niet dat er geen afname is van het tropische bos, alleen dat het heel moeilijk is om deze overtuigend aan te tonen.
Het gaat om dr Alan Grainger van de Universiteit van Leeds die in een recent artikel in de Proceedings van de National Academy of Sciences (PNAS) (klik hier voor de oorspronkelijke studie) gehakt maakt van de cijfers waarmee we keer op keer worden bang gemaakt. Die zijn volstrekt onbetrouwbaar, zo maakt de Brit duidelijk. Iedere keer blijkt dat er meer bos is dan oorspronkelijk werd gedacht.
Diverse onderzoekers hebben zich de afgelopen 40 jaar gebogen over de vraag: hoeveel bos is er nu eigenlijk, maar de belangrijkste bron voor gegevens hierover is de Food and Agriculture Organisation (FAO) van de Verenigde Naties. Die concludeerde onlangs dat er in de wereld jaarlijks een hoeveelheid bos verdwijnt ter grootte van Portugal (9.3 miljoen hectare), in totaal 0,2% van de veronderstelde totale hoeveelheid bos op de planeet. Deze zou vooral verdwijnen in de tropische gebieden want in de gematigde klimaatzones komen er juist bomen bij.
Iedereen kent de dramatische beelden van berghellingen die met behulp van een zware ketting tussen twee enorme tractoren in no time van hun bomen worden ontdaan (de natuur kan er ook wat van overigens, zoals blijkt uit de foto hierboven). Dat er op sommige plekken stevig wordt gekapt en verbrand is duidelijk, maar wat zegt dat over de totale hoeveelheid bos op aarde? Grainger analyseerde de cijfers die de FAO in de afgelopen decennia publiceerde. Hij beperkte zich daarbij tot de tropische natuurbossen: regenwouden, ‘nevelwouden’ en drogere bossen. Productiebossen (plantages) vielen buiten de analyse.
Het is niet eenvoudig om vast te stellen hoeveel bos er nog op aarde is, zo blijkt. In zijn studie geeft Grainger ondermeer een overzicht van de inschattingen van verschillende onderzoekers voor steeds dezelfde groep van 63 tropische landen. In 1973 schatte onderzoeker Persson dat er nog bijna 980 miljoen hectare natuurbos was (in de tropen dus). In 1989 berekende de onderzoeker Myers dat er nog maar 801 miljoen hectare natuurbos was. Een jaar later, in 1990, schatte de FAO de hoeveelheid tropisch bosoppervlak ineens op 1434 miljoen hectare. in 2000 kwam de FAO tot 1347 miljoen hectare.
Volgens onderzoeker Myers, die door milieuorganisaties graag wordt aangevoerd als autoriteit op dit gebied, verdwijnt er jaarlijks 17 miljoen hectare bos. Als hij gelijk zou hebben dan zou er in 2000 801 minus 272 miljoen hectare tropisch bos zijn geweest (529 miljoen hectare) in plaats daarvan is er volgens de FAO meer dan twee maal zoveel.
Maar deze FAO-schattingen blijken tien jaar laten niet te optimistisch, maar juist te pessimitisch te zijn geweest. (NB: de cijfers hieronder gaan over 90 landen).
In 1990 meende de FAO dat de wereld 1756 miljoen hectare tropische bossen telde. In 2000 moest men die schatting corrigeren en concludeerde men dat er in dat jaar 1990 in werkelijkheid 1926 miljoen hectare moet hebben gestaan. In 2005 werd de hoeveelheid voor 1990 nog verder omhooggekrikt naar 1949 miljoen hectare.
In 2000 zo schatte de FAO voor dat jaar stond er 1799 miljoen hectare tropisch bos, vijf jaar later moest die schatting worden opgetrokken tot 1829 miljoen hectare. Kortom: het enige dat we over het oppervlak aan tropische bossen in de wereld weten is dat de schattingen permanent te somber zijn.
Grainger besteedt in zijn stuk veel aandacht aan verklaringen hiervan. Die zijn wel geloofwaardig, maar de belangrijkste (in de ogen van ondergetekende) noemt hij helaas niet. Grainger wijst er op dat ook in de wereld van de olieindustrie schattingen van de inhoud van oliebronnen later altijd naar boven worden bijgesteld, het is blijkbaar een meer voorkomend fenomeen. Hij wijst er tevens op dat er wel veel aandacht is voor kap van bossen, maar niet of nauwelijks voor spontane hergroei. De FAO heeft bovendien zijn statistische methodes veranderd door deze voor een deel te laten afhangen van de bevolkingsgroei in de onderzochte landen. Ook is de definitie van een bos veranderd. De verwachting dat in de loop der tijden de nauwkeurigheid van dit soort schattingen beter zou worden is door deze voortdurende veranderingen ook niet waargemaakt. Vermeldenswaard is ook dat sinds het begin van de jaren zeventig de vaststelling van de bosoppervlakten deels per satelliet gebeurt, maar die geven toch een minder duidelijk beeld dan wenselijk is. Uit vliegtuigen wordt ook het nodige gedaan, maar alhoewel Grainger het niet noemt, zou het leuk zijn om bomen te tellen boven een bos waar de FARC heerst? Zou een onderbetaalde Congolese bomenteller geld aannemen zich om laten kopen door een illegale bomenkapper? Zou bomentellen in het onderbevolkte Afrika (3 mensen/km2) uberhaupt een hoge prioriteit hebben? Sommige landen hebben er baat bij te melden dat er meer bos is dan er is, anderen juist niet. Sommige landen meten niets, maar extrapoleren gewoon vanaf het laatste jaar waarover ze cijfers hebben. Allemaal redenen waarom de cijfers onbetrouwbaar zijn.
Grainger vindt dat hier verandering in moet komen en hij pleit dan ook voor een wereldinstituut dat dit werk moet gaan doen. Vooral biodiversiteit en klimaatverandering zouden baat hebben bij betere gegevens, zo meent hij. Zijn stuk staat in PNAS onder het hoofdje ‘Sustainability science’, duurzaamheidsonderzoek, en dit is dus het soort voorstellen wat je daar mag verwachten: meer geld voor supranationale organisaties (denk IPCC) die naar buiten toe de suggestie hoog moeten houden dat DE wetenschap een duidelijk antwoord heeft op alle vragen.
Dat is dus precies wat er niet aan klopt. Als iets duidelijk blijkt uit Graingers studie dan is het wel dat de wetenschap deze pretentie gewoon niet waar kan maken: net als het vaststellen van de temperatuur vroeger en nu op aarde of het tellen van de wereldbevolking is dat simpelweg veel te moeilijk. Een wereldinstituut zal ongetwijfeld met één stem duidelijke conclusies naar buiten brengen, maar dat zal zoals bij alle vergelijkbare organisaties juist betekenen dat men afwijkende opvattingen onderdrukt. De waarheid is daar het slachtoffer van. Het IPCC is wat dat aangaat een afschrikwekkend voorbeeld.
Je moet je dus afvragen of het wel zo belangrijk is om te weten hoeveel tropisch bosoppervlak er mondiaal is. Is er dan een soort ideale hoeveelheid die we per se moeten behouden? Grainger heeft in ieder geval aangetoond dat hij niet kan aantonen dat er een probleem is. Wel dan zou je zeggen: geen lijk, geen zaak.

Ik heb niets te verbergen over ontbossing.. etc.
Je mag deze bijdrage dus in zijn geheel publiekelijk weergeven.
Het is allemaal waar wat Grainger en de discussie bijdragers in detail aanvoeren. Het is dus beter met een andere blik ernaar te kijken geen bomen en hun blaadjes te tellen maar waterdamp effecten meten in de atmosfeer. Kort samengevat zoals Miskolczy deed bij NASA, zoals Lovedlock voor hem deed bij NASA en zoals Peutz doet met zijn samengevatte atmosfeermetingen.Jan Willem Boehmer,
Nieuwe Schoolstraat 32
2514 HZ DEN HAAG
Tel. 06-1603 8856 / 070-364 8064Bij mij werkt iemand die van Indonesie afkomstig is, en hij gaf aan dat er wel degelijk hele landschappen ontbost zijn, alleen niet overal, bijvoorbeeld waar zijn vrouw tot voor kort woonde…
De twee miljoen Chinese auto’s die er jaarlijks bijkomen rijden door Uw toegenomen bossen zeker?
Anders gezegd neem de jaarlijkse toename van de wereldbevolking maal de steeds groter wordende oppervlakte per aardbewoner en U komt bij een toename uit van het bosoppervlak? De aarde is, door de opwarming, aan het opzwellen zeker?
Ik ervaar het commentaar van Richel op de studie van Grainger vrij onverantwoord en ook erg kort door de bocht. Iedereen die ooit door een bos gelopen heeft kan zich heel goed voorstellen dat definities van "bos" uiteenlopen. Dat geldt voor degene die als natuurminnaar gezellig op zondag met zijn gezin buiten wandelt evenzeer als voor de wetenschapper die bossen bestudeert. Dat geldt voor de bossen in Nederland, die door "boskundigen" veelal als een park worden gezien, dat geldt voor de vrij uniforme productiebossen in Canada en Finland, die in soortenrijkdom (of armoe?) nauwelijks afwijken van de even uniforme natuurlijke bossen in dat gebied en evenzeer voor de regenwouden in de tropen. Op grond van verschillende definities (zelfs binnen een organisatie als de FAO), verschillende interpretaties van dezelfde definitie, verschillende methoden om vervolgens te inventariseren zal het totale areaal ook enorm gaan verschillen. Dat neemt niet weg dat degene die ogen heeft om te zien en onbevangen over de wereld reist wel onder de indruk moiet zijn van het tempo waarin de tropenbossen verdwijnen en niet worden vervangen door spontane hergroei. Zelfs in de snelgroeiende moeilijk doordringbare tropenbossen kun je, ook als niet specialist, na 100 jaar nog zien waar stukken land ooit bewerkt zijn geweest, of voor veeteelt gebruikt. Het is evident dat voor het overleven van grotere dieren met een groot areaal ook grote stukken aaneengesloten bos esentieel zijn. De plantage eigenaren in ons vroegere Nederlands Indie wisten in 1880 ook al dat bos op hogere hellingen noodzakelijk was om water te bergen en modderstromen en grootschalige erosie tegen te gaan. Kortom: het is evident dat de enorme extractie van hout en kappen om andere redenen (landbouw, veeteelt, urbanisatie) die momenteel plaatsvindt tenminste zeer zorgelijk is. Het getuigt van plat onbenul om het commentaar te beeindigen met de dooddoener: geen lijk, geen zaak.
J.W.D.M. Henfling PhD
Het is opmerkelijk hoe Henfling PhD opmerkt dat je "in snel groeiende moeilijk doordringbare bossen tropenbossen ook als niet specialist kunt zien .., etc". Ik ben niet specialist en ik zie niets temeer omdat die bossen ondoordringbaar zijn.
Over onbenul gesproken.
Wat U eigenlijk zegt is: het kan me geen bal schelen wat die Grainger heeft onderzocht, ik heb mn mening al klaar en daar kan geen onderzoek wat aan veranderen. Nogal een genante reactie voor een PhD. Ik had nota bene de oorspronkelijke studie bijgevoegd. Kunt U niet aangeven wat Grainger fout heeft gedaan? Ik in ieder geval niet, en het is in dit verband aardig om ook even door te verwijzen naar Philip Stott emeritus hoogleraar en specialist op het gebied van tropische bossen, die juist enthousiast reageert op deze studie. Zie hier:
De heer TheoRichel heeft kennelijk niet begrepen dat waar het in het artikel op neer komt is dat de getallen omtrent hoeveel bos er is op aarde niet bekend zijn en dat met steeds weer veranderende inzichten en definities/rekenmethoden er andere uitkomsten (meer bos) wordt gegenereerd…echter als men alleen een simpele blik werpt op de aarde vanuit satelietperspectief dan zijn de bewijzen onomstotelijk: er verdwijnt bos in rap tempo!!!
pak gewoon google maps of -earth en bekijk Brazilie, aan de huidige rand van het Amazonegebied bevinden zich immense velden landbouwgebied (het zijn geen natuurlijke grasvelden…). Duidelijker kan het bijna niet…
Als ik naar google Maps/Earth kijk is de Noorpool ook gesmolten.
Maar terug te komen op de zogenaamde ontbossing,
de aarde word met de dag groener.
http://news.bbc.co.uk/2/hi/science/nature/3577031.stm
en dit is een berichtje uit 2004 zelfs :)
Nieuw commentaar posten