———————————————————————————————————
———————————————————————————————————
| Eerder gepubliceerd op 25 nov. 2005 |
Het in opdracht van de Tweede Kamer
vervaardigde rapport ‘Klimaatverandering, Klimaatbeleid’ is
wetenschappelijk broddelwerk en dient te worden ingetrokken, aldus de
eindconclusie van een audit in opdracht van de Groene Rekenkamer door prof. dr. A. Rörsch,
prof. dr. D. Thoenes en ir. F. de Wit. De auteurs van het betwiste
klimaatrapport, het CE-bureau uit Delft, aangevuld met medewerkers van het
KNMI, Alterra en de Universiteit Wageningen, weigeren deze intrekking. Ze
gaan daarbij echter niet inhoudelijk in op de in de audit verwoorde
kritiek. Omdat zulks in de wetenschappelijke wereld geldt als onbehoorlijk
zal de Groene Rekenkamer de opdrachtgever de Tweede Kamer en andere
instanties wijzen op de wetenschappelijke gebreken van dit rapport.
Waar mensen zijn worden fouten
gemaakt en soms fraude gepleegd. Dat besef heeft er voor gezorgd dat in tal
van maatschappelijke sectoren mechanismen in het leven zijn geroepen om te
controleren dat wat iemand beweert ook op feiten berust. Voor de belasting
moeten burgers 5 jaar lang hun bonnetjes en afschriften bewaren, de
accountancy doet iets dergelijks op bedrijfsniveau en in de
wetenschappelijke wereld kent men de ‘audit’: een vorm van inspectie
waarbij een wetenschapper zijn ‘bonnetjes’ moet overleggen zodat een
externe deskundige kan beoordelen of alles volgens de regels der kunst is
gedaan.
De afgelopen paar jaar is duidelijk
geworden dat de wetenschap der klimatologie zo’n audit-mechanisme ontbeert.
Met name in de zogenaamde hockeystick-affaire is gebleken dat
wetenschappers soms alleen rapporteren over de data die in hun kraam van
pas komen, basale rekentechnieken niet beheersen, hun onderzoeksmateriaal
(de ‘bonnetjes’) weigeren ter beschikking te stellen of ze soms simpelweg
kwijt zijn. Waar in andere onderdelen van de wetenschap (en het
bedrijfsleven) ‘audits’ een volstrekt geaccepteerd fenomeen zijn (ze
verhogen je betrouwbaarheid) reageren klimatologen op pogingen daartoe
afhoudend en uitgesproken negatief. Het nakijken van ‘de bonnetjes’ zou
vooral een politiek doel dienen. Men pretendeert eigen controlemechanismen
te hebben die afdoende functioneren, maar uit enkele studies is duidelijk
gebleken dat die juist zeer slecht functioneren.
De Groene
Rekenkamer besloot naar aanleiding van deze ontwikkelingen begin
2005 om aan professor dr. A. Rörsch uit Leiden te vragen om een dergelijke
audit uit te voeren op de nota ‘Klimaatverandering, klimaatbeleid’, zoals
deze in september 2004 aan de Tweede Kamer werd gepresenteerd. Rörsch
verrichtte in zijn hoedanigheid als ondervoorzitter van de Raad van Bestuur
van TNO in de afgelopen 20 jaar tal van audits op afdelingen van
universiteiten door heel Europa. Na zijn pensionering deed hij
vergelijkbaar werk in de affaire Diekstra en de affaire Lomborg. (Zie hier ). Rörsch werkte
bij deze audit samen met de emeritus hoogleraar Dick Thoenes en de
natuurkundige Florens de Wit.
Omdat het rapport ‘Klimaatverandering, klimaatbeleid’ een literatuur
overzicht behelst kon de audit zich beperken tot de vraag: heeft men zich
gebaseerd op een compleet en eerlijk overzicht van de wetenschappelijke
klimaatliteratuur of heeft men alleen studies aangehaald die
klimaatverandering als een groot probleem bestempelen en de studies die
daar serieuze kanttekeningen bij plaatsen genegeerd of gebagatelliseerd.
Helaas bleek het laatste het geval. Uit wetenschappelijk oogpunt was de
audit vernietigend voor het rapport ‘Klimaatverandering, klimaatbeleid’ en
Rörsch cs verzochten dan ook om dit rapport in te trekken.
Dit alles speelde zich af zonder dat
de pers of de opdrachtgever de Tweede Kamer hiervan op de hoogte waren.
Rörsch/Thoens/De Wit / de Groene Rekenkamer hoopten dat zonder die
externe druk de auteurs van het rapport ‘Klimaatverandering,
klimaatbeleid’, bereid zouden zijn tot een inhoudelijke discussie over deze
problematiek, zoals in de wetenschap gebruikelijk is. Daarvan was helaas
geen sprake. In hun reactie op ‘Vraagtekens’ wordt niet ingegaan op de
inhoudelijke argumenten doch worden slechts kanttekeningen geplaatst bij de
samenvatting ervan. Deze reactie heeft men bovendien naar de Tweede Kamer
gestuurd, zodat de Groene Rekenkamer nu
wel naar buiten moet komen met deze kritiek.
De Groene Rekenkamer rest nu geen andere
mogelijkheid dan er bij de directies van KNMI en ALTERRA en het College van
Bestuur van de Wageningse Universiteit op aan dringen dat het rapport
‘Klimaatverandering, klimaatbeleid’ alsnog wordt teruggenomen.
De documenten die in deze affaire een rol spelen staan hier in
chronologische volgorde.
|
1 |
Het
CE-rapport ‘Klimaatverandering, klimaatbeleid’ (sept 2004) |
|
|
|
2 |
De
aankondiging van de audit door Rörsch, Thoenes en de Wit (febr 2005) |
|
|
|
3 |
De audit
zelf: ‘Vraagtekens bij het CE-rapport’ (sept 2005) |
|
|
|
4 |
Reactie
CE-Auteurs op ‘Vraagtekens’ (nov 2005) |
|
|
|
5 |
Brief
CE-auteurs aan Groene Rekenkamer (nov 2005) |
|
|
|
6 |
Brief
CE-auteurs aan Tweede Kamer (nov 2005) |
|
|
|
7 |
Brief van
‘Vraagtekens’-auteurs ter begeleiding van ‘Commentaar op reactie van
CE-auteurs’ (nr 8) (nov 2005) |
|
|
|
8 |
Commentaar
op reactie CE-auteurs (nov 2005) |
||
|
9 |
Brief
Groene Rekenkamer aan CE-bureau (nov 2005) |
|
|
|
10 |
Brief
Groene Rekenkamer aan Tweede Kamer (nov 2005) |
|
|
|
11 |
Brief
Groene Rekenkamer aan directie KNMI - gelijkluidende brieven zijn verstuurd
aan het College van Bestuur van de Universiteit Wageningen en aan Alterra
(nov 2005) |
|
Nieuw commentaar posten